Nadat mijn moeder het cadeautje van mijn dochtertje Rosalie aanneemt, geeft ze mijn zusje Petra die tegelijk binnenkomt een lange, intense knuffel. En laat haar met tegenzin gaan. Zo’n knuffel heb ik nog nooit gehad met Kerst. Maar goed, het is ook wel logisch. Ik had me vorig jaar behoorlijk misdragen, voor eeuwig misdragen en dus heb ik er niets tegenin te brengen.
Mijn broertje Daniël en zijn vriendin lopen binnen en hen wacht eenzelfde onthaal.
Ik heb ze een heel jaar niet gezien.
Natuurlijk draagt mijn aanstaande schoonzus haar ‘Vegan Forever’-t-shirt. Weer. Mijn moeder slikt iets weg. Ik maakte er vorig jaar nog een grap over terwijl ik mijn mond met rollade volpropte en iedereen, behalve zij, gierde van de lach.
Mijn zussie Petra heeft al een flinke glas witte wijn ingeschonken en neemt een lange slok.
Michael Bublé zingt ‘Have Yourself a Merry Little Christmas’, het haardvuur verspreidt een gezellige gloed en een paar cadeautjes onder de boom maken het feestelijk voor de kinderen. Mijn ogen glijden naar de eettafel. Wit linnen ligt er puur en sereen bij. Kristallen glazen glinsteren in het kaarslicht, gepoetste bestek vangt de vlammen en reflecteert ze zachtjes. Wat ziet het er prachtig uit. Misschien iets minder uitbundig dan vorig jaar, maar ik ben waarschijnlijk de enige die dat opmerkt.
Ik heb ze een heel jaar niet gezien.
Ik voel me dankbaar en loop langs mijn zoon Bas en leg mijn vinger onder zijn kin om hem in het nu te houden, maar hij blijft kijken naar zijn telefoon. Hij draagt een wit overhemd, zonder strik. ‘Te verstikkend,’ zei hij vorig jaar.
Rosalie huppelt langs me in een nieuwe jurk, roomwitte huid, dansende krullen, zo vol leven en ik loop met haar mee en wijs naar een kerstbal in de boom en onzichtbaar laat ik hem even draaien. Tof dat ik dat kan. Haar ogen worden groot. ‘Papa! Papa! Kijk dan!’ roept ze opgewonden. ‘Die bal beweegt helemaal vanzelf!’
Ik lach naar hem en neem de tijd om goed naar hem te kijken, terwijl hij staat te praten met de aanstaande Vegan Forever-schoonzus. Mijn man. Lieve, trouwe man. Wat heb ik het hem moeilijk gemaakt. Hoe ik hem altijd wees op zijn tekortkomingen. En als hij weer eens instortte na de zoveelste woordenwisseling met mij, schreeuwde ik dat hij zwak was en het recht niet had. Niet hij. En dan de ruzies die ik zocht als ik te veel gedronken had. Ik zou zoveel anders doen, als ik kon.
Pianoklanken vullen de ruimte. Het is Madelief. Mijn jongste zusje, mijn moeders lieveling speelt haar vingers warm. De mooie dochter, de getalenteerde. Diegene die op podia durfde te staan, die meedeed met missverkiezingen, die pianolessen kreeg van de beste juf en later werd uitgenodigd voor concerten. Mama was haar grootste fan.
En ik? Ik mislukte gewoon, verder op mijn kamer. Ik rook naar sigaretten. Spijbelde, had een grote mond en uiteindelijk kwam ik thuis met een jongen van vijf jaar ouder die een uitkering had. De blik van mama zei genoeg – ik was haar grootste teleurstelling.
Petra komt naast me staan, het glas bijna leeg in haar hand. De blonde haren in een losse knot, een beetje mascara, glanzende lippen – waarschijnlijk gewoon van lippenbalsem. Ze heeft er weinig zin in, dat zie ik zo.
‘Lieve familie,’ zegt mijn vader. ‘Wat fijn dat jullie er zijn. Onze lieve Madelief heeft iets voor ons ingestudeerd.’
‘Natuurlijk,’ zeg ik. ‘What else is new,’ en ik trek alvast een wenkbrauw op naar Petra.
Tot mijn verbazing zegt Petra: ‘Wat fijn. Laten we even luisteren.’
Madelief begint te spelen. Normaal nipte ik nu aan mijn derde wijn, schat ik in.
In onze jonge jaren trokken Petra en ik samen op tegen de lievelingetjes Madelief en Daniël. Het was wij, tegen de rest. En met Kerst pakten we het altijd weer op. Lekker ginnegappen.
‘Naar dat kattengejank?’ fluister ik. ‘Weet je nog, vorig jaar? Dat je zei dat je liever een valse kraai hoorde? En dat die dure pianolessen weggegooid geld waren?’
Petra zegt niets. Ze neemt een laatste slok uit haar glas.
Ik hou mijn hand voor mijn mond en zeg zachtjes: ‘En hoe Madelief erbij keek. Je deed haar na. Alsof ze de enige in de kamer zonder zonden was.’
Petra tilt haar kin een beetje op en kantelt haar hoofd.
‘Ja zo,’ besluit ik en lach erbij. Het voelt zo als vanouds, alsof er niets is gebeurd.
En dan hoor ik Madelief de eerste woorden zingen: ‘The fire is burning…’
Mariah Carey, ‘Miss you most’, mijn lievelingsnummer met Kerst. Mijn dochters hand pakt die van haar broer. Ontroerend mooi. Hun serieuze ogen, de rechte ruggen die ze van mij hebben, hun bijna eerbiedige aandacht, het raakt me diep. Wat heb ik twee prachtige kinderen. En ik doe een poging om vast te houden wat niet vast te houden is.
Mijn Vegan Forever-schoonzus laat haar hoofd zakken op de schouder van mijn broer Daniël. Ze is dus niet alleen die zure ongevoelige linkse, ontdek ik nu.
Mijn moeder grijpt naar een servet en dept haar ogen.
Madelief speelt door met één hand en blaast een kus naar ons allemaal.
En ik, ik voel iets breken in mijn borst.
Ik koos voor Nog één keer Kerst.
Mijn man duwt ons dochtertje zachtjes naar voren en slaat een arm om onze zoon. Bas is gegroeid. Vader en zoon, dichter bij elkaar dan ik ze ooit heb gezien. Ik probeer het beeld in me op te slaan. Rosalie trekt aan mijn moeders rok: ‘Oma, pak je het cadeautje nog uit?’
Mijn moeder droogt haar tranen, knijpt zachtjes in de wang van mijn kleine meid. ‘Natuurlijk, liefje. Oma was het niet vergeten.’
Ze haalt het papier eraf en opent het doosje. Haar hand verdwijnt erin, en dan tilt ze er een sneeuwbol uit. Ze schudt hem zachtjes, de sneeuw dwarrelt en als deze is gevallen, zie ik een foto van mij van afgelopen Kerst, met een kerstmuts op. Een paar uur voordat ik alles verpestte. Voordat ik alleen vertrok. Voor altijd, zo bleek. Had ik dat maar geweten.
Mijn moeder begint te huilen. Echt huilen nu.
En ik hoor een koor zingen. Ergens ver weg, maar dichtbij. Een licht verschijnt, helder en warm, maar ik ben de enige die dit kan zien.
Ik loop naar mijn man, kus hem vol op zijn lippen – ook al voelt hij het niet. Ik streel door het haar van mijn zoon en fluister dat ik van hem hou. Ik til mijn dochter op – of doe alsof – en druk haar tegen me aan. Ik zwaai nog één keer. Naar iedereen.
Dan loop ik langs de kerstboom en laat de bal draaien, en ik zie mijn dochter verrukt kijken. Een afscheid dat zij niet zal begrijpen.
Het licht wordt sterker. Ik kies ervoor om te gaan.
Het was dit, of nog een keer terugkomen als vlinder. Als regenboog. Ik mocht een klok stilzetten, een ster laten vallen. Het hiernamaals gaf me een keuze.
Ik koos voor Nog één keer Kerst.

