Tijdens de consulten lachen we vaak wat af. Soms om grapjes van mij, maar vaak ook trek ik een bepaald gezicht (halve grijns en een wenkbrauw omhoog) om mijn plezier om iets wat iemand zegt, wat te verbergen. Dat lukt meestal niet, aangezien iedereen bijna al mijn emoties van mijn gezicht kan lezen, inclusief de geamuseerdheid. Laatst tijdens een kraamvisite vertelde een mam dat het ‘s nachts tijdens het voeden “All you can eat “was, waarmee ze bedoelde dat de baby bijna de hele nacht wilde drinken. En als dat uit een mond komt van iemand die ik tijdens het spreekuur altijd als zeer verzorgd, georganiseerd en gestructureerd heb ervaren, is het verassingseffect nog groter. Een hard gebulder was het gevolg, zowel van mij als van de kraamverzorgster.
En vaak moet ik inwendig glimlachen als partners elkaar corrigeren. Waarschijnlijk zien ze dat dan niet, want dan zijn ze te druk met zichzelf en elkaar. Maar in mijn spreekkamer wordt wel eens licht gekibbeld, met ogen gedraaid, of openlijk elkaar afgebekt. Op zich is dit alles niet grappig, maar ik mag graag met een gevatte opmerking deze energie doorbreken.
Af en toe moet ik heel hard om mezelf lachen. Dan zie ik de onlogica in mijn eigen opmerkingen gespiegeld in de gezichtsuitdrukking van de zwangere. Soms ben ik niet altijd even afgestemd en wil ik informatie geven aan iemand die daar om wat voor reden dan ook niet op zit te wachten. Dus toen ik een hele natuurlijke en bewuste zwangere verbaasd hoorde zeggen: “Een cúrsus , voor bórstvoeding???” met de oprechte verbazing en grote ogen daarbij, zag ik het absurde van mijn vraag wel in. Er zijn echt ouders geschapen voor het moederschap, omdat ze zo dicht bij de natuur zijn gebleven. En dan is het geven van borstvoeding het meest natuurlijke en logische wat ze gaan doen.
De aanstaande vaders bij een bevalling zijn soms zo niet met de buitenwereld bezig, dan reageren ze niet zo adequaat als ze normaal zouden doen. Zo werd ik bij een thuisbevalling om 6 uur ‘smorgens al gevraagd of ik koffie wilde. Dat was me te vroeg en misschien hoopte ik dat ik nog even naar huis kon voor ontbijt en hond uitlaten. Na tienen kreeg ik wel last van cafeïne gebrek, dus ik vroeg aan de vader of we even een bakkie samen konden doen. “Nou, ik hoef eigenlijk geen koffie meer hoor”, was het antwoord terwijl hij op zijn telefoon scrolde. Waarop de barende tussen de weeën wegzuchten door haar man ertoe moest bewegen om dan toch even een kopje voor mij te maken. Het was een ingewikkeld koffiezetapparaat, anders had ik het natuurlijk zelf gedaan. Misschien had ik even moeten wachten op de kraamverzorgende, want die zijn van alle markten thuis.

