‘Zij haalt heel veel verdriet weg’

Toen Jolanda en Arjen de anticonceptie weggooiden, hadden ze niet kunnen vermoeden wat er nog in het verschiet lag. Jolanda bleek POI te hebben en produceerde zelf geen eicellen. Pas 5 jaar later na diverse trajecten kon zij toch dochter Merel op de wereld zetten. Een prachtig meisje dat met dank aan een eiceldonor is verwekt. Omdat er een schreeuwend tekort is aan donoren, probeert Jolanda haar verhaal zoveel mogelijk te vertellen.

Een co-productie is ze, die kleine tweejarige Merel. ‘We hebben het met zijn drieën gedaan: mijn man, de donor en ik. Wist je dat de moeder via de navelstreng micro-RNA overbrengt, waardoor de moeder invloed uitoefent op welke genen er tot uiting komen? Ik heb de puntjes op de i gezet’, lacht ze.

31 jaar en in de overgang

Het is 2016 als Jolanda en Arjen besluiten dat de anticonceptie de deur uit kan. ‘Ik was 30, we hadden een stabiel huis en alles was goed voor elkaar. Het was niet dat we direct een kind wilden, maar we waren er wel klaar voor.’ Vage klachten in haar buik negeerde ze, tot een goede vriend veel te jong overleed. ‘Toen had ik toch het gevoel: ik moet hier iets mee.’

Ze kreeg een harde boodschap: ‘ik was 31 jaar en kreeg de diagnose POI, beter bekend als de vervroegde overgang.’ Het kwam als donderslag bij heldere hemel. ‘Ik werkte in de zorg en had het soms heel warm. Toen grapten mijn collega’s zelfs weleens: heb je een opvlieger? Maar tuurlijk dacht ik niet aan de overgang. Ik was nog hartstikke jong.’

Direct ging de deur voor een kindje van haar en Arjen dicht. ‘Hier in Nederland kregen we te horen dat het geen optie was.’ Via social media kwam ze op het spoor van fertiliteitstrajecten in Duitsland. ‘Dat ging onder mijn huid zitten. Als we dan toch afscheid moesten nemen van een kindje van mijn en zijn genen, dan wilde ik wel het gevoel hebben dat we er alles aan hadden gedaan.’

‘Je hoopt dat je degene bent bij wie het in één keer lukt’

Drie pogingen deden ze bij onze oosterburen. ‘Zij zagen wél een kleine kans om misschien één of twee eigen eicellen te kunnen oogsten. Nederland loopt zwaar achter op fertiliteitsgebied’, vertelt Jolanda. ‘Waren wij hier gebleven, dan hadden we nooit een kind gehad.’ In Duitsland begon ze eerst een IVF-traject, maar omdat er na één poging het vermoeden leefde dat de eicellen niet goed rijp werden en dus niet bevrucht konden worden, werd er ook nog ICSI ingezet. ‘De ICSI lukte niet en we deden nog een derde poging om het af te sluiten, maar toen was het ook echt klaar. Ik zag ook: dit is niet hoe het eruit hoort te zien bij iemand van 31. Ondanks dat er niet uitkwam wat we hoopten, heeft alles wel geholpen om onze situatie te accepteren.’

Ondertussen bood een vriendin zich aan als eiceldonor. ‘Iedere poging in Duitsland die mislukte gingen we weer verder met elkaar in het gesprek. We trokken steeds samen op.’ De deur voor een eigen kindje ging dicht. ‘De boodschap was: je bent onvruchtbaar. Maar’, vervolgt ze, ‘met mijn baarmoeder is niks mis. Ik kan een zwangerschap voldragen. Als ik een kindje op de wereld wilde zetten, dan was een eiceldonor de enige optie.’ De poging werd uiteindelijk afgebroken, omdat het lichaam van de donor niet goed op de hormonen reageerde. ‘Het is een heel ingrijpend proces voor iemand. Je bent continu hormonen aan het spuiten en je moet steeds naar het ziekenhuis. Ik ben enorm trots op haar.’ Ook een tweede vriendin bood aan het stel te helpen. Dit keer werd er zelfs een bevrucht eitje teruggeplaatst, maar het werd geen zwangerschap.

Ze meldden zich bij de eicelbank in Leiderdorp. ‘Maar twee keer per jaar gaat de wachtlijst heel kort open en je mag maar één keer een poging doen, omdat het aanbod veel kleiner dan de vraag is. Een nadeel is dat er hierdoor weinig te kiezen is.’ Het doorgeven van haar rode lokken bijvoorbeeld, was geen optie. Desondanks gingen ze ook hier vol goede moed het proces in. ‘Je hoopt toch dat jij die ene bent bij wie het in één keer lukt.’ Maar het mocht niet zo zijn.

Het gouden antwoord

‘Het hield op’, vond Jolanda. ‘Ik wilde niet iemand vragen om te doneren. We hadden bloed, zweet en tranen geïnvesteerd en toen kwamen we wel echt op een punt van: wat nu.’ Via een Nederlandse contactpersoon hoorden ze over de optie om in Portugal naar de eicelbank te gaan. ‘Minder bekend, want de meesten kiezen voor Spanje. Maar in Spanje zijn donoren anoniem en dat wilden wij niet. We vinden het belangrijk dat onze dochter later zelf de keuze heeft of zij haar donor wil leren kennen.’ Toen er ook nog eens een roodharige dame zich had aangemeld om te gaan doneren, besloten ze ervoor te gaan. Nadat een eerste poging mislukte, wilden de Portugese artsen extra onderzoek doen. ‘Ze vonden ons gouden antwoord’, en de ogen van Jolanda beginnen te glimmen. ‘Het bleek dat mijn slijmvlies na 5 dagen niet genoeg opbouwde. Ik had een zesde dag met progesteron nodig.’ Van de drie bevruchte embryo’s besloten ze de laatste twee allebei terug te plaatsen in een ultieme poging. En die slaagde.

Er volgde een zwangerschap uit het boekje. Bijna te goed naar Jolanda’s zin. ‘Ik wilde maar wat graag boven die pot hangen’, vertelt ze. ‘Ik voelde me juist supergoed door de zwangerschap. Al mijn hormonale tekorten werden aangevuld. Maar mentaal deed dat wel wat. Vijf jaar lang had ons hele leven om dit proces gedraaid.’ Ook na de bevalling bleef het moeilijk om alles wat ze had doorgemaakt een plekje te geven. ‘Opeens was ik die normale vrouw met een kind, maar ik wist niet eens wat een normale vrouw was. Ik was toch die vrouw die geen kinderen kon krijgen?.’ En ze voelde: ‘wat ben ik mezelf zwaar voorbijgelopen.’

Dealen met de diagnose

Eigenlijk begon toen pas een tweede proces. ‘Het onvruchtbaar zijn, is een gevolg van mijn diagnose. Maar de echte diagnose, dáár had ik nog niks mee gedaan.’ Ze werd er keihard mee geconfronteerd toen haar eerste ongesteldheid na de zwangerschap zich aandiende. ‘Er kwam zo’n daling in de hormonen dat ik depressief werd. Het was heel duister.’

Toen ze echt aan de slag ging op de POI-poli in Rotterdam kwam de verlichting. Ze kreeg hormoontherapie voorgeschreven om de tekorten aan te vullen die haar lichaam zo hard nodig heeft, want door de POI heeft ze een lichaam van een vrouw van 55 jaar. Nog altijd moet ze haar weg vinden in deze diagnose. ‘Prikkelverwerking is bijvoorbeeld lastig voor me. Ik kan snel overprikkeld raken en heb dan vaak last van woede-aanvallen. Ook tegen mijn dochter, wat ik erg moeilijk vind, want ik wil niet dat zij later denkt; mijn mama was altijd boos. Want ik ben niet boos. Mijn brein kan het gewoon allemaal niet meer aan. Ik moet mezelf opnieuw leren kennen. Wat heb ik nodig en wat is helpend voor mij?’ Even komen er tranen. ‘Het is lastig voor anderen te begrijpen: je hebt nu toch een kind? Maar dat zijn 2 verschillende dingen. Een kind haalt niet mijn POI weg. Ik moet elke dag dealen met mijn diagnose die mij zo heeft verandert. Het is een eenzame zoektocht.’

Gelukkig is er dat prachtige en vrolijke meisje dat het leven verlicht. ‘Zij neemt heel veel verdriet weg’, aldus de trotse mama. ‘En ja, ik denk zeker dat ik ook wat van mezelf herken. Ik hou van haar om wie ze is. Die genen zeggen me uiteindelijk ook niks.’ Humor blijft belangrijk. Zo grapt ze dat ze door een vrouw bezwangerd is en noemt ze degene die de bevruchting heeft bewerkstelligd ‘de eerste oppas’. Openheid staat op nummer één. ‘We hebben een boekje voor Merel waarin het al in simpele bewoordingen wordt uitgelegd. Iedereen in onze omgeving weet ervan. We willen dat het zo jong mogelijk zo normaal mogelijk voor haar is.’ Bovendien heeft ze een andere drijfveer hierin. ‘Er is een groot tekort aan eicellen. Wij hadden gelukkig twee donoren om ons heen. Maar in een jaar tijd zijn er bij de drie klinieken in Nederland maar vier donoren geweest die zich gemeld hebben. Ik hoop toch dat meer mensen dit willen doen.’

‘En dan ben je ineens die normale vrouw met een kind. Maar ik weet niet eens meer wat een normale vrouw is’

Jolanda schrijft

Jolanda heeft haar hele proces vastgelegd in meerdere blogs op haar eigen site jolandaschrijft.jouwweb.nl. In het najaar is er landelijk veel aandacht voor de problemen waar zij mee kampt en het proces wat ze heeft doorlopen. Zo was het van 3 tot en met 9 november de week van de vruchtbaarheid en op 18 oktober was het de dag van de menopauze. Dit jaar was 25 oktober voor de eerste keer de dag van POI.

‘Ik leerde, dankzij mijn therapeut, dat mensen niet meer gewend zijn aan zich gewoon kut te voelen. Alles moet een oplossing hebben. Of in ieder geval een antwoord hebben. Waarom?? Waarom moet men altijd iemand opbeuren die zijn emoties toont? Waarom mag het verdriet er niet gewoon even zijn? Waarom is alleen een knuffel geven niet voldoende? Dat is wat ik de afgelopen maanden het moeilijkste vind/vond. Iedereen wil je opbeuren, en gaan door tot de orde van de dag. Mensen vroegen me wel wanneer ik weer zou beginnen met werken. Maar waarom komt er bijna nooit de vraag; hoe gaat het vandaag met je? Daarom heb ik heel veel mijn mond gehouden. Terwijl ik over alles wil praten. Dat helpt mij ook om de dingen te verwerken. Wat de afgelopen jaren hebben betekend voor mij. Voor ons. Voor onze relatie. Wat we allemaal hebben meegemaakt. Maar ik heb helaas ervaren dat veel mensen het er niet zo diepgaand over willen hebben. Als ze het er überhaupt al over willen hebben. Zeker nu we Merel hebben. Mensen snappen niet dat er nog steeds verdriet zit; zowel van het doorlopen van het feriliteitstraject, mijn diagnose POI voor mijn huidige leven op dit moment, als van het uitblijven van onze kinderwens voor een tweede kindje.

POI – POI staat voor premature ovarian insufficiency (POF in het Nederlands) en dit is een aandoening waarbij de menopauze vervroegd optreedt. De eierstokken werken niet (goed) meer, waardoor mensen niet meer of veel minder vruchtbaar zijn. Typische overgangsklachten zoals opvliegers en nachtzweten, maar ook stemmingswisselingen en stijve gewrichten horen bij het ziektebeeld. POI geeft een hoger risico op botontkalking en hart- en vaatziekten.
Eiceldonatie – Er zijn een aantal belangrijke voorwaarden om eicellen te mogen doneren. Zo moet je gezond zijn en mag je geen erfelijke en besmettelijke ziektes hebben. De donor gaat een proces in van hyperstimulatie van de eierstokken tot aan een eiblaaspunctie. De embryo’s die na bevruchtiging ontstaan zijn van de wensouders. Een eiceldonor heeft geen rechten en plichten tegenover een kindje. Wel is bij wet verplicht dat er een aantal gegevens van donoren worden vastgelegd, zodat een donorkind altijd kan achterhalen van wie hij of zij afstamt. De vrouw die het kind baart, is de (juridische) moeder. (bron: umcg.nl)